Als voormalig eigenaar van de eerste coffeeshop in Amsterdam (Mellow Yellow 1973-1978) voel ik me altijd nog een beetje verantwoordelijk voor mijn voormalige klanten. De Mellow werd platgelopen door die vele klanten, er stond regelmatig een rij tot 10 meter buiten op de stoep. We wilden geen afhaalchinees worden maar vonden de sociale functie belangrijker dan geld verdienen! Om die enorme toeloop af te remmen kende de Mellow al in 1977 een anoniem pasjessysteem (zie foto).
Iets softs

Iets softs

Er waren toen nog geen computers, we hielden dus géén administratie bij. Er bestonden toen ook nog geen elektronische pasjes. We maakten de pasjes ter plekke, een stukje plastic met een papieren sticker, zetten er een uitgeknipte polaroid op en plakten er een laagje plastic overheen. Ook noemde we onze zaak bewust ‘theehuis’ Mellow Yellow, zodat de buitenwereld wist dat er “iets softs mee aan de hand was”.

Afhaalchinees

Gedogen werkt alleen als je sympathie opwekt en laat zien dat je daarvoor je best doet. Je kunt niet van gewone hardwerkende mensen verwachten dat ze het je zomaar gunnen als je in één dag evenveel verdient als waarvoor zij een maand hard moeten werken. Ik zag dan ook met lede ogen aan hoe het fenomeen “coffeeshop” in de loop der jaren steeds meer sympathie en terrein verloor. De voortdurende sluitingen dwongen de consumenten naar een afnemend aantal shops te gaan, die werden steeds drukker bezocht en verwerden langzamerhand tot afhaalchinezen. De sociale functie, het gezellig bij elkaar zijn raakte steeds meer op de achtergrond.
Einduitkomst sluiting
Burgemeester Leers van Maastricht was de eerste die de kat de bel aanbond want de coffeeshops in de grenssteden verwerden tot zulke afhaalchinezen voor dagjestoeristen. Er moest volgens hem een oplossing gevonden worden en als die er niet kwam moesten alle shops “maar gewoon gesloten worden” was zijn standpunt. Er moesten dus suggesties komen uit het cannabiswereldje zelf, anders zou de einduitkomst als vanzelf sluiting van alle coffeeshops worden. De branche moest zelf met oplossingen komen.

Coffeeshop pioniers

Coffeeshops zijn ontstaan uit initiatieven van pioniers, die zijn er nauwelijks meer, de huidige shopeigenaren zijn vooral winkeliers. Dat doen ze erg goed, maar ze zijn vooral druk hun eigen toko draaiend te houden. Pappen en nathouden is een tactiek die niet alleen de landelijke politiek volgde met een ruk naar rechts tot gevolg, maar ook de shophouders en de verschillende bonden kwamen niet met oplossingen die de politiek en vooral het grote publiek aanspraken. Dus voelde ik me moreel verplicht nú in actie te komen.

Besloten cannabisclubs

De eerste gelegenheid deed zich voor toen Burgemeester Leers opriep tot een nationale wiettop voor burgemeesters. Deze nationale wiettop werd op 21/11/2008 gehouden in Almere. In de aanloop naar deze conferentie stuurde ik betrokken burgemeesters en mevrouw Jorritsma, voorzitter van de vereniging voor Nederlandse gemeenten een notitie waarin ik opriep om van de openbare coffeeshops besloten ‘cannabisclubs’ te maken. In Nederland mag je als vereniging en besloten club van alles, zelfs met wapens omgaan als schietvereniging, dus is mijn redenering waarom dan niet met cannabis? Dit idee werd door de burgemeesters op de wiettop overgenomen, gereguleerde toegang van de voordeur heette het dan. Dat moest voortaan! Gelukkig sprak de wiettop niet langer meer over “dan maar alles sluiten”, á la Gerd Leers.

Cohen positief over mediwiet

De tweede gelegenheid kwam toen op 7 januari 2009 een hoorzitting werd gehouden op het Stadhuis in Amsterdam over het sluiten van coffeeshops in het centrum die op minder dan 250 meter van een school lagen. Dat raakte de meeste shops in het centrum van Amsterdam. Je kon 3 minuten spreektijd aanvragen. Ik vroeg of ik in die tijd een power point presentatie mocht geven. Op de bewuste avond zat de zaal vol met mensen die om de beurt hun zegje mochten doen voor een inspraakmicrofoon die in de zaal stond. Burgemeester Cohen zat op een podium voor een groot scherm, geflankeerd door vice burgemeester Lodewijk Asher, de desbetreffende wethouder en nog wat notabelen. De ambtenaren projecteerden hun plannen op het scherm. Toen ik aan de beurt was, verscheen mijn presentatie ook op dat scherm. Cohen reageerde vlot door in de zaal te gaan zitten, gevolgd door zijn notabelen, zodat hij alles goed kon zien. In 3 minuten legde ik het idee van de besloten cannabisclub uit en wees er fijntjes op dat in Amerika al ruim 1000 van dergelijke clubs waren geopend (inmiddels zijn dat er vele duizenden!) en dat Amerika, uitvinder van de ‘war on cannabis’ duidelijk op weg was naar legalisatie en regulering. Cohen bedankte me en kwam in de pauze nog even naar me toe: “Wernard, is dat echt waar wat je vertelde over die clubs in Amerika?” Ik vertelde hem dat Obama de federale politie verboden had nog langer invallen te doen in de mediwiet clubs en dat dit een vrijbrief was voor ongebreidelde groei. Cohen vertelde mij dat hij positief stond tegenover mediwiet en voorstander was van gereguleerde aanvoer naar de coffeeshops, “maar ja daar wil Den Haag nog niet aan hè.” Toffe man die Cohen, volgende keer allemaal op hem stemmen hè. Het plan om coffeeshops in het centrum van Amsterdam te sluiten ging voorlopig van tafel.

Ausweis

Daarna kwam er een interview met het ANP op 30 maart 2009, dat in tientallen kranten in Nederland gepubliceerd werd. Weer vertelde ik over Amerika en hoe besloten cannabis clubs de zekerheid gaven dat minderjarigen niet ‘per ongeluk’ in coffeeshops konden kopen. Deze artikelen zorgden ervoor dat het idee van besloten cannabisclubs gemeengoed werd. Alleen voegde Leers en andere repressieve geesten er snel het idee van een wietpas aan toe. Die wietpas zou iedere ‘gebruiker’ moeten registreren en ervoor zorgen dat alleen ‘echte’ Nederlanders toegang hadden tot de besloten clubs. Die ‘Ausweis’ ging mij nou net weer een paar stapjes te ver. Immers, wat doe je met in Nederland woonachtige buitenlanders, die hebben als EG burger toch gewoon dezelfde rechten? En hoe kun je het verantwoorden dat je in één klap alle cannabisliefhebbers verplicht gaat registreren? Dat doe je toch ook niet met alcoholgebruikers? Wie garandeert dat de wietpasinformatie in de toekomst niet misbruikt gaat worden door de Staat der Nederlanden, werkgevers, verzekeringsmaatschappijen en politie?

 

Maximaal aantal leden

Mijn originele voorstel was om de clubs te koppelen aan een maximaal aantal leden. Die leden zijn nadrukkelijk anoniem, ze hebben recht op privacy, ook al zijn het ‘maar’ cannabisgebruikers. Leden worden alleen geregistreerd met een lidmaatschapsnummer, leeftijd, een vingerafdruk en een ‘nickname’ als password, een pasje is dus helemaal niet nodig. Het lidnummer wordt wél gekoppeld aan de naam van de medewerker van de coffeeshop die het lid heeft ingeschreven om fraude te voorkomen. Om binnen te komen hoef je alleen maar je vinger op de reader van het toegangspoortje te leggen. Wil je wat cannabis kopen, dan herhaal je de truc met je vinger nog eens bij de kassa. De club mag zelf uitmaken of de leden Nederlanders of buitenlanders zijn.

Elegante oplossing

In steden als Amsterdam kun je toeristen tijdelijk lid maken van een aantal clubs voor de periode waarin zij in Nederland in hotels ‘wonen’. Daarmee sluit je dus dagjestoeristen uit maar slacht je niet de Amsterdamse kip die met een paar miljoen toeristen per jaar de gouden eieren legt. Toeloop naar cannabisclubs reguleren via een maximaal afgesproken aantal leden is een elegante oplossing die toch de mogelijkheid biedt om overlast in woonwijken te voorkomen. En de volgende stap is natuurlijk om veel meer cannabis clubs te openen in de kleinere steden en dorpen! Wat de cannabiswereld nu te doen heeft is die rare wietpasjes af te kraken en aan te vechten. Er is een opening en een kans op overleven maar dan dient het cannabiswereldje er wel de schouders onder te zetten!

Met groene groet,
Wernard Bruining,
Tiel, 7-10-2010