Foto 1. Anyday zit op een hoek aan een drukke Spuistraat

Wernard Bruining, 10/11/2010

Anyday is voor mij het prototype van een goede Amsterdamse coffeeshop. Niet al te groot, vrij klein zelfs, zodat je als vanzelf direct contact hebt met andere bezoekers en het personeel. Het publiek is een mengelmoes van Amsterdammers en buitenlanders die samen alle leeftijden, nationaliteiten, religies, rassen en sociale klassen vertegenwoordigen. De coffeeshop in actie als smeltkroes, bron van integratie.
Er staan enige tientallen verdampers (de ‘Rolls’) klaar voor gebruik. De shop zit op een hoek en heeft aan twee kanten ramen, zodat je uitzicht hebt op een drukke spuistraat en twee stegen. Dat alles gelardeerd met de nodige rood verlichte ramen waarachter dames vriendelijk naar voorbijgangers staan te zwaaien. Ook vermakelijk zijn de mannen die zogenaamd toevallig in de buurt moeten wezen en heen en weer drentelen. Opmerkelijk is dat de klanten van Anyday daar juist weinig oog voor hebben, ze zijn bezig met elkaar te kletsen,of voor zich uit te staren, een joint te draaien of met hun Rolls te klooien. De muziek is comfortabel op de achtergrond aanwezig zodat de gasten elkaar goed kunnen verstaan en een goed gesprek kunnen voeren. Een goede coffeeshop is er in eerste plaats voor de sociale interactie en pas in de tweede plaats een plek om er hasj of wiet te kopen.

Maxi (1967), de eigenaar van Anyday, gaat voor Cannabis
Blowen en cannabis is hem met de paplepel ingegoten, zijn ouders waren klassieke, artistieke hippies. Moeder was dichteres en astrologe, vader filmregisseur, culturele voorlopers die eerst in Amsterdam en later op Ibiza woonden. Thuis kwamen allerlei hippe vogels over de vloer en werd voortdurend het leven gevierd, waarbij de nodige geestverruimende middelen gebruikt werden.
Op Ibiza had Maxi alle tijd voor zichzelf, want zijn ouders waren altijd druk bezig met hun eigen ding. Een heerlijke periode waarin een merkwaardig voorval hem duidelijk maakte dat cannabis een belangrijke rol in zijn leven zou gaan spelen. De kleine Maxi viel van het dak van het huis op Ibiza met zijn hoofd naar beneden en zijn val werd gebroken door een grote wietplant van zijn ouders die daar ‘toevallig’ stond. De plant was geruïneerd maar had wel zijn leven gered, want Maxi zelf mankeerde niets. In 1979, Maxi was toen 11, verhuisde het gezin weer terug naar Amsterdam. Op school kwam hij in de klas bij Pierre een kind van Robin Cohn, een hippiemoeder met 9 kinderen die eerst in de Amsterdamse Vechtstraat woonde.

Wietwachtershuisje

Robin liep bijna altijd op blote voeten, gebruikte allerlei drugs en leidde een chaotisch huishouden waar Jan Steen wit van zou zijn weggetrokken. Een gezellige chaos van 9 kinderen, hun vele vrienden en vriendinnen, een aantal honden, bezoekers en ook altijd wat vage logees. Want Robin deed ook aan opvang op eigen houtje van ‘moeilijke sociale gevallen’. De elektra was meestal afgesloten evenals het gas, maar wat geeft dat als je maar van elkaar houdt! En dat gebeurde, de kinderen vormden een hechte familie waar altijd ruimte was voor visite, met Robin als de regisseuse van het spektakel. Ze was geliefd bij haar kinderen en werd gerespecteerd door iedereen in Amsterdamse scene.
Ik kende Robin al een aantal jaren en kwam ook bij haar over de vloer toen ze een huis kreeg aan de Amstelveense weg. Ook hier werd de stroom snel afgesloten en zat de familie in de kou. Om de kosten van levensonderhoud te verlichten had Robin een stuk land gekraakt dat naast het huis lag en verbouwde daar groenten. Ik stelde haar voor om te helpen met wat wietplanten om de familie te voorzien van wat extra inkomsten. Zo gezegd zo gedaan. Er werd een stuk van de tuin afgeschermd met netten van vogelgaas, er werd een wietwachtershuisje gebouwd om dieven tegen te houden en de kinderen en hun vrienden hielden er om beurten de nachtwacht. Dat was niet alleen spannend, het leerde de kids ook zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Na het eerste jaar kon de stroom, het gas en de huur weer worden betaald en kregen alle wietwachters een deel van de opbrengst. Maxi was een van hen, zo leerde hij wiet verbouwen. Ook nu weer speelde cannabis een belangrijke rol in zijn leven en dat zou altijd zo blijven.

Foto. Robin Cohn, Peter van Schie, Sam Cohn en Kees Hoekert in de gekraakte wiettuin aan de Amstelveenseweg, Amsterdam 14-9-1982

Tafelvoetballen

De oudste zoon van de familie, Sam had een pandje gekraakt in de Amsterdamse Oosterparkstraat, om de hoek van de oude Mellow Yellow en runde daar een volstrekt illegale coffeeshop, Sam’s Place. Er gold geen leeftijdslimiet. Alle kinderen van Robin én hun vriendjes kwamen er. Er stond een gratis voetbaltafel en dus kwam ik er ook, want tafelvoetballen en wiet is voor mij een ijzersterke combinatie. In Sam’s Place kwamen de toentertijd beste tafelvoetballers van Amsterdam. De tafel werd goed onderhouden, was goed verlicht, de poppen en de speelvloer regelmatig schoongemaakt en de stangen werden zorgvuldig geolied voor er gespeeld werd. Maxi was een van de besten, zo niet de beste speler en dat is hij nog altijd, want tafelvoetballen verleer je nooit en spelers zijn vaak op hun best als ze tussen de dertig en veertig zijn. Op die leeftijd hebben ze hun emoties beter onder controle, kunnen een wedstrijd ‘lezen’ en psychologisch naar hun hand zetten.

Foto. Evert de Verdamper, de ‘puur- roken- goeroe’

Toen Maxi 15 jaar oud was, wilde hij weer terug naar Ibiza en ging op reis naar het zuiden. Onderweg verdiende hij de kost door te werken bij boeren in de druiven- en sinaasappelpluk, maar Ibiza, dat heeft hij nooit gehaald. Er volgde een periode van allerlei baantjes en hij begon zelfs een carrière als profvoetballer bij F.C. Volendam. Uiteindelijk kwam hij weer terecht in het coffeeshopcircuit, werkte een tijdje voor de Amsterdamse coffeeshop club Media en werd uiteindelijk manager voor de Kadinski en Front page shops.

Anytime en Anyday

Hij hoorde klanten vaak praten over een heel goede shop in Alkmaar genaamd Anytime. Toen daar gelegenheid toe was ging Maxi eens kijken in Alkmaar en
ontmoette dat Ricardo, de eigenaar. Anytime in Alkmaar zag er van buiten uit als een gewoon huis en van binnen als een oude fietsenstalling. De wanden waren eeuwen geleden bruin geverfd, een kleurtje dat nu van de muren bladderde. Het was ook de thuisbasis van Evert en zijn verdamper, de Rolls onder de vaporizers waaruit puur gerookt dient te worden, dus zonder tabak. Het was er warm en gezellig en de hasj en wiet waren zo goed dat mensen vanuit Amsterdam helemaal naar Noord-Holland reisden om er te scoren. “Je zou een shop in Amsterdam moeten beginnen”, suggereerde Maxi aan Ricardo. “Als ik dat ooit doe, dan doe ik dat samen met jou”, was het antwoord.

Enige jaren later in augustus 1999 was het zover. Aan de Amsterdamse Spuistraat werd een klein pandje ingericht met een verdamper bij iedere barkruk. Om in stijl te blijven werd de shop Anyday gedoopt. Toen Anyday moest worden geopend, stonden ruim 60 man buiten op de stoep te wachten, maar Evert vond dat het pand eerst ‘geheiligd’ moest worden met edele dampen, wat erop neer kwam dat hij eerst zelf iedere verdamper inwijdde. Pas daarna ging de deur open en stroomde het publiek naar binnen en dat is tot op de dag van vandaag altijd zo gebleven.

De mensen in Anyday zijn een afspiegeling van de Amsterdamse multiculturele samenleving. Ik sprak een aantal archetypes, waaronder vier leden van de Ierse band Jackemo.

Foto. Bruce (1951).

Rookt al 45 jaar cannabis. Is afkomstig uit Ierland, drummer van beroep (jazz en folk) en komt hier al 10 jaar of zo. “Cannabis wordt niet legaal in Ierland gedurende mijn leven, dat maak ik niet meer mee helaas. De mensen zijn nu eenmaal bang voor verandering en dus ook voor een genotmiddel als cannabis waarvan ze heel goed aanvoelen dat dat middel zorgt voor een andere manier van denken. Daarom doen ze alsof ze tegen drugs zijn. Want aan de andere kant, als je bij mij thuis niet drinkt denken de mensen dat er wat met je aan de hand is”.

Foto: Andy (1980).

Iers musicus, zingt, speelt gitaar, zingt en schrijft lyrics. Was al 3 keer eerder in Amsterdam de afgelopen vijf jaar en blijft dan telkens 3-4 dagen genieten van de relaxte sociale sfeer. Bezoekt dan musea zoals het van Gogh en wil deze keer ook naar het Escher museum in Den Haag. “Ik rook sinds mijn 12e cannabis. Het is goed voor onze muziek, voor we optreden roken we samen een joint, dat gaat geweldig. Je kunt het gelijk merken als er iemand van de band iets anders geblowd heeft, dan loopt het niet lekker, zitten we niet op hetzelfde level. Legalisatie zal in Ierland pas kunnen als Amerika dat eerst doet. De mens is al zijn hele bestaan omgeven door drugs en gebruikt die voor zijn eigen plezier. Het is de taak van een beschaving om daar verantwoordelijk mee om te gaan”.

Foto: Emma Colbert (1985).

Ierse, rookt pas sinds enkele jaren. Speelt piano, zingt en schildert niet onverdienstelijk. Kijk maar eens op www.pitterpatterportraits.co.uk “Cannabis goes really well with music, that’s why you find so many creative people in Amsterdam. Smoking cannabis stimulates fantasy and improves society. Anyone who denies that is a fool!”

Foto: David (1980) 

Manager van de Ierse band Jackemo. Blowt sinds 1996, hij was toen 16, ”but hey I don’t drink, like most Irish!”. Is al voor de 7e keer of zo in Amsterdam, is wat dat betreft de tel kwijt. “Bij ons thuis is de handel in wiet in handen van criminelen die ook de loterijen doen. Mijn favoriete soorten zijn Blueberry, Haze en sommige hasjsoorten. Eigenlijk onthoud ik dat soort dingen nooit zo precies, bad short term memory hè”, zegt hij lachend. Is stomverbaasd dat je hier in Nederland in de gele gids op zijn hotelkamer zomaar een dame of heer van je gading kunt uitzoeken. “You mean, I just need to pick up the phone?!”

Foto: Bob (1988).

Blowt sinds zijn 15e. Werkt momenteel als scheepsbouwer in de Amsterdamse haven. “Dat vind ik mooi, dat werk hoort bij Amsterdam. Ben geboren op de Oude Zijds Voorburgwal. Ik ging vroeger met mijn vader hasj kopen in het Rusland. Toen was er nog geen leeftijdslimiet hè? Mijn vader was een schoolkameraad van Henk de Vries, de eigenaar en oprichter van de Bulldog. Pa was 58 toen hij overleed, rookte tot op de laatste dag zijn jointje Marok. Had ook altijd een jonge uitstraling voor zijn leeftijd, het is wel duidelijk waar dat door kwam. Blowers worden niet van die oude, starre mensen, ben ik ook niet van plan!”

Foto: Hans (1980).

Rookte zijn eerste joint toen hij tien jaar oud was. “Ik heb drie oudere broers en vijf oudere zussen. Die pikten wel eens hasj van pa en dat gingen we dan samen op zolder of in de kelder oproken. “Toen ik twaalf was zei mijn moeder als jij je volwassen gedraagt mag je ook volwassen dingen doen, toen ging ik regelmatiger blowen. Ik volgde een koksopleiding en slaagde cum laude met hoge cijfers. Ging daarna in Engeland werken als chef kok. Keerde na twee jaar weer terug in Nederland en ging bij een slagersbedrijf werken. Het leek me wel zo handig als kok dat ik ook goed met vlees leerde omgaan. Op een dag viel ik ruggelings van de laadklep van een vrachtwagen en kwam 3 jaar thuis te zitten. Heb nu nog regelmatig rugpijn. Ik verloor uiteindelijk alle recht op enige schadevergoeding omdat mijn advocate vergeten was enkele belangrijke medische papieren aan mijn dossier toe te voegen. Ging daarna bij coffeeshop Abraxas werken. Na twee en en half jaar was dat niet meer zo gezellig en aangezien ik Maxi kende was de overstap naar Anyday snel gemaakt. Ik werk hier met veel plezier, leuk publiek en ik leer elke dag nieuwe mensen kennen!”

Foto: André (1960).

Rookt cannabis sinds hij 14 was. Sportschoolhouder waar een aantal kickbokskampioenen vandaan komen. Is net vanmorgen teruggekomen uit Uruguay waar hij een masterclass kickboksen heeft gegeven. “Waarom blowen zoveel kickboksers, of lijkt dat maar zo”, is mijn vraag. “Het geeft rust en voorkomt dat ze na het trainen druk gaan doen en dus nodeloos energie verliezen. Het is beter voor hun spieropbouw als ze hun rust nemen. Niet iedereen mag van mij blowen hoor, sommige jongens kunnen daar tegen, anderen weer niet. Ik ben voor mijn sport overal geweest, in Canada, Nieuw Zeeland, Japan, overal werd ik na een tijdje mee naar achteren genomen waar me wat lekkers te roken werd aangeboden, ik kom wat dat betreft nooit iets te kort”.

Foto: Toshi (1987).

Blowt sinds zijn 14e. Barman connaisseur. “Ik heb vroeger ook zelf geteeld, werkte bij Sensi Seeds en het Cannabis College en heb dus de “weg afgelegd”. Ik houd van sativa’s en eigenlijk alles wat langer dan 11 weken bloeit. Jamaica vind ik ook erg lekker en op zijn tijd ook wel een vette Indica. Lekker warm op de bank zitten, allerlei dingen bedenken en daar vervolgens niets mee doen, ha ha! Ik werk hier met veel plezier, de klanten en collega’s zijn top en mijn baas is geweldig, zit hier helemaal op mijn plaats”.

Foto: Xander (1975).

Rookt cannabis sinds hij 15 was. Is van beroep I- business manager en werkt dan voor bedrijven of zelfstandig. ”Maar ik ben ook astroloog hoor. De I-bussiness is volwassen geworden sinds de crisis. Consumenten kopen steeds meer producten via internet die vroeger alleen via winkels verkocht werden. De consument heeft veel meer vertrouwen in internet en is ook zelfstandiger. Mijn laatste droom is een coffeeshop tour service te beginnen in Amsterdam. Veel mensen komen tegenwoordig voor relatief korte tijd naar Amsterdam en willen dan niet dagen lopen zoeken naar de beste coffeeshops. Ook een handige service voor celebs en die ontmoet ik dan ook nog eens”.